Lohman Consultants

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte

Random Walk

Een meerderheid van academici (waaronder de professoren Malkiel, Fama, Sharp, Bauer en Ter Horst) zijn ervan overtuigd dat de koersen op de beurs volgens een “random walk” bewegen.

“Random walk” betekent dat toekomstige bewegingen of richtingen niet kunnen worden voorspeld op basis van historische acties. Toegepast op de effectenbeurzen betekent dit dat korte-termijn veranderingen in effectenkoersen niet voorspeld kunnen worden.

Op de effectenbeurzen is de term “Random Walk” een obsceniteit. De professionele waarzeggers die werkzaam zijn in de financiële wereld en waarvan ik deel heb uitgemaakt, ervaring de theorie als een aanval op hun “broodwinning”.

Prof. Malkiel stelt dan een geblinddoekte aap die darts gooit naar een financiële pagina van de krant net zo goed succesvolle effecten zou kunnen selecteren als beleggingsfondsen of andere beleggingsexperts.

Uiteraard willen financieel analisten liever niet vergeleken worden met een aap. Academici zijn volgens hen zo gedompeld in algebraïsche vergelijkingen en Griekse symbolen dat ze zelfs niet in staat zijn om een op- en neergaande markt van elkaar te onderscheiden. Ze ervaren dit als een academische aanval en verdedigen zich met technieken zoals technische en fundamentele analyse.

Academici verklaren op hun beurt de Random Walk met de Efficiënte Markt Hypothese.

Persoonlijke ervaring en expertise.

Ik heb gemeend deze theorie uitgebreider aan de orde te moeten stellen dan de fundamentele- of technische analyse.

Na ruim 30 jaren werkzaam te zijn als beleggingsadviseur en vermogensbeheerder heb ik alle analysemethoden die voorhanden zijn, aandachtig bestudeerd en gebruikt in mijn advisering aan cliënten. Hiermee wil ik aangeven dat ik er een tijdlang zeker van was dat fundamentele analyse DE methode was om aandelen of obligaties te selecteren totdat er grote correcties plaatsvonden en ik mij verbaasde over het feit dat door ervaren en gediplomeerde beleggingsspecialisten zorgvuldig bestudeerde en koopwaardig bevonden aandelen, net zo hard of harder in koers daalden dan het marktgemiddelde.

Voor technische analyse geldt precies hetzelfde. Een tijdlang was ik zo overtuigd van deze analysevorm dat ik besloot één van de bekendste en geavanceerdste technische analyse programma’s aan te schaffen, de analysemethode te bestuderen en koersbewegingen te gaan voorspellen. Het mocht helaas niet baten.

Moderne economen zijn nog steeds druk doende om de EMH te onderzoeken en nuances aan te brengen. Met name tracht de zgn. Behavioral Finance (Prof. Fahneman) het gedrag van beleggers te doorgronden.  Sommige bestrijden de EMH, daarmee geholpen door de financiële industrie.

Het belangrijkste bewijs dat wellicht spreekt voor de theorie is het feit dat het merendeel van de professionele beleggers (na 10 jaar meten 90%) er niet in slaagt om het beter te doen dat de beursindex waarmee ze hun prestaties meten (benchmark). Beleggings- en pensioenfondsen, met een leger aan technische- fundamentele- en kwantitatieve analisten, zijn per definitie professionele beleggers.  Voor vermogensbeheerders, banken en beleggingsadviseurs kunnen dezelfde conclusies worden getrokken. Vermogensbeheerders die beheren middels beleggingsfondsen spannen helemaal de kroon.

De belangrijkste oorzaken zijn de beheerkosten, transactiekosten, bonussen, performancefee’s, leaseauto’s en gestreepte maatpakken, die uiteraard direct of indirect door de beleggers betaald worden.

Amerikaanse beleggers zijn in 1e instantie in “opstand” gekomen tegen de slechte resultaten van de professionele, actieve adviseurs. Dit leidde in 1975 tot het eerste beleggingsfonds in een index door John Bogle van de Vanguard Group.

Sindsdien zijn er duizenden ETF’s geïntroduceerd waarvan er een klein aantal in Nederland aan de effectenbeurs worden genoteerd. ETF staat voor Exchange Traded Fund, een mix van een aandeel en een beleggingsfonds dat doorlopend verhandeld kan worden en die gekenmerkt worden door een zeer lage kostenstructuur. Een ETF belegt conform een index van een specifieke activaklasse.

De financiële industrie is (richting particuliere beleggers), door die lage kosten, niet geïnteresseerd in ETF’s. Ze kunnen er niet aan verdienen en worden dus niet “aan de man gebracht”, terwijl zeeën van statistische onderzoeken bewijzen dat dit de beste manier van beleggen is. Maar een beleggingsadviseur ontvangt zijn salaris van de bank en van actieve beleggingsfondsen krijgt de bank een vergoeding. Transacties leveren provisie op net zoals de beheer- en doorlopende kosten van traditionele beleggingsfondsen. Deze bedragen enkele procenten per jaar, drukken de resultaten voor de belegger en belanden in de kas van de bank. Private Banking en vermogensbeheer zijn uitermate lucratief voor een financiële instelling. Bij een kostendruk van 2% levert een belegger ruim 20% van het statistisch bewezen (Prof. Siegel) rendement van 9% in.